Gerda Havertong vertelt over het moment dat haar moeder haar niet herkende

maandag, 24 september, 2012

De eerste keer bijvoorbeeld toen ik echt in de gaten had van, ze kent me niet meer, dat was heel, heel pijnlijk, heel, heel verdrietig. Nu jaren later plagen mijn zusjes me en lachen ze erom, maar het was wel heel eng toen. Want ik was op bezoek bij haar in dat verpleeghuis. Daar was ik weer voor tien dagen halsoverkop naar Suriname gegaan. En toen was haar heup was nog niet gebroken en zat ze zat nog, maakte nog wandelingetjes met m'n vader. En ik zat op een lagere bank dan haar bed. Zij zat op de rand van haar bed en schommelde zo met haar voeten en ik zat op een laag bankje tegenover haar. En achter mij hing een grote poster van mij. En ik zag haar blik van mij naar de poster terug van mij. Toen dacht ik, oh, misschien herkent ze mij? Dus ik vroeg in alle enthousiasme, mam, wie is dat? Zegt m'n moeder, oh ja, ik moet die zuster vragen, om die rommel weg te halen. Ja. Daar kan ik nu om lachen, maar dat was die hele grote pijn, die op een hele andere manier bezit van me nam. Want opeens besefte ik echt, dat mijn moeder mijn moeder niet meer was. Dat ik rouwde om iemand, die leefde, maar die er eigenlijk niet meer was.