Sandra vertelt dat zij altijd bij haar ouders, schoonouders, tantes en buren terechtkan

donderdag, 30 augustus, 2018

Ja, ik kan altijd bij mijn ouders terecht. Bij mijn ouders heb ik veel steun. Ja, mijn man natuurlijk. En ja, als ik wil kan ik wel, maar ik ben zelf niet eentje die gauw ergens naartoe gaat voor als ik het niet zie zitten. Als ik het niet zitten, dan ga ik eigenlijk altijd naar mijn ouders of dan ga ik naar mijn schoonouders. Ik bezoek ook wel regelmatig mijn oma; de oma van mijn man. Hierzo in het dorp.

Daar ga ik dan ook weleens zo af en toe naar toe. Ja, ik heb ook wel tantes, van mijn schoonfamilie dan hoor. Waar ik dan naartoe kan. Ja…. ik heb verschillende soorten. Met de buurvrouw… ja, daar kan ik ook altijd heel goed mee om. Als ik haar even tegenkom buiten, dan… ook een heel verhaal. En dan is het weer goed. Ja, ik heb best veel steun als ik er om vraag. Maar ik vraag er niet al te veel om. Ik ben niet zo eentje die er gauw om vraagt.

Dat is het ding. Alleen, als het soms toch wel teveel wordt, dan ga ik naar mijn ouders toe zeg maar.

Dan moet ik eventjes uithuilen en dan is het weer over.

En mijn schoonouders wonen natuurlijk dichterbij dan mijn eigen ouders. Dus als ik het echt niet trek… dan kom ik daar soms al huilend binnen. Verder kan ik niks zeggen. Maar gewoon dat ik even bij iemand kan huilen vind ik al voldoende zeg maar.

Van die dingen. Dus ja, waarom ik huil, dat weet ik tegenwoordig ook niet meer. Maar ik kan om alles huilen. Dus, maar… nee, ik heb wel steun aan mensen als ik het vraag. Er zijn er best wel wat dan.