Ton

Gegevens

Geslacht: 
Man
Leeftijd: 
79 jaar
Mantelzorger van: 
Echtgenoot
Diagnose: 
Vasculaire dementie
Datum interview: 
maandag, 26 maart, 2012

Achtergrond:

Ton is 79, getrouwd en heeft – samen met zijn vrouw - twee pleegkinderen verzorgd. Hij heeft theologie en maatschappelijk werk gestudeerd en heeft onder andere als leraar godsdienst gewerkt. Op zijn 53e is hij vanwege te hoge psychische druk gestopt met werken. In 2010 is vasculaire dementie bij zijn vrouw vastgesteld. Zij woont sinds 2010 in een verpleeghuis waar hij haar 2 tot 3 keer per week bezoekt.

Korte samenvatting:

Al in 2000 merkte Ton dat zijn vrouw vergeetachtig werd. Pas in 2010 werd op 86-jarige leeftijd de diagnose vasculaire dementie gesteld. Omdat zijn vrouw hard achteruit ging en de situatie voor Ton te vermoeiend werd – mede door eigen fysieke beperkingen – is zijn vrouw in oktober 2010 opgenomen in een verpleeghuis. Na de opname in het verpleeghuis is Ton in een depressie geraakt. Langzaam klimt hij nu uit het dal.

Al in 2000 merkte Ton dat zijn vrouw, die jarenlang verpleegkundige geweest is, vergeetachtig werd. Onder zijn druk werd zijn vrouw tijdens een ziekenhuisopname vanwege een heupoperatie ook door de geriater onderzocht. De geriater stelde een delier vast. Ton was niet te spreken over de gang van zaken bij de geriater in het ziekenhuis en meldde zijn vrouw aan bij de afdeling geriatrie van de GGZ. In het voorjaar van 2010 werd op 86-jarige leeftijd de diagnose vasculaire dementie gesteld.

In die periode ging zijn vrouw hard achteruit. Haar expressie werd anders, het huishouden ging moeizamer, ze werd steeds vergeetachtiger, ze sprak wartaal en sliep 's nachts slecht. Dit alles werd voor Ton dermate vermoeiend en moeilijk dat hij er niet meer tegen kon, mede door zijn eigen fysieke beperkingen. Hij heeft bij de huisarts en de GGZ aan de bel getrokken en sinds oktober 2010 woont zijn vrouw in een verpleeghuis. In het begin bezocht Ton zijn vrouw dagelijks, maar hij werd depressief van de afdeling waar zij verblijft. Toch merkt Ton dat zijn vrouw daar op haar plaats is. Het gaat nu beter met haar dan voor de opname. Ton bezoekt haar nu twee tot drie keer per week, hoewel hij liever niet dan wel gaat. Hij wil zijn vrouw wel zien, maar als hij er is wil hij eigenlijk het liefst hard weglopen omdat hij moeite heeft met de situatie.

Na de opname van zijn vrouw in het verpleeghuis ging bij Ton het lichtje steeds meer uit. Hij kreeg in toenemende mate last van depressies, sliep slecht, at slecht en was zichzelf niet meer. Het verleden speelde hierbij ook een rol, maar de situatie rondom zijn vrouw was de druppel die de emmer deed overlopen. De situatie heeft hem geknakt, zoals hij het zelf omschrijft. Langzaam klimt hij nu uit het dal.

Ton vindt de hele situatie verschrikkelijk. Hij geeft aan dat hij liever had gehad dat zijn vrouw twee borsten kwijt was geraakt bij wijze van spreken, dan dit, dat zogezegd de lichtjes uitgaan. Elke keer moet hij afscheid van haar nemen, je begraaft iemand met dementie twee keer. Zijn vrouw is zijn vrouw niet meer, ze is vertrokken en het 'wij samen' is weg. Hij merkt dat hij in de verleden tijd over zijn vrouw spreekt. In het begin heeft Ton gewenst dat zijn vrouw uit het leven zou stappen. Wat is er nog zinvol aan een leven, waarin iemand continu ligt te slapen in haar stoel? Nu het weer wat beter gaat met zijn vrouw, is dit gevoel bij Ton wat minder geworden.

Ton is teleurgesteld in de gevoelloze benadering van de problematiek door anderen, met name zorgprofessionals. Er wordt zelden naar zijn gemoedstoestand gevraagd. Daar wordt te makkelijk mee omgegaan. Ton heeft twee gedichten geschreven over de situatie, die zijn verschenen in het boek "Dwarrelende gedachten". Het schrijven biedt hem troost.