Terug

Gré bleef positief en genoot samen met haar vader

Tabs

Datum interview: 
donderdag, 15 december, 2011

Transcript

Nou, nee, ik bleef gewoon, ik bleef gewoon die leuke dingen, gewoon allemaal grapjes maken met elkaar en het leven gewoon een beetje, niet door een roze bril zien. Maar ook niet dat je het zo naar beneden moet halen dat je zo streng wordt, zo verdrietig wordt, of moet klagen. Dat moet je niet doen. Ik deed dat ook bij mijn man toen hij op bed lag in dat verpleeghuis. Dan kom ik ook niet binnen en zei van: Och lieverd, en hoe is het nou en heb je pijn en hoe is het nou. Nee, dat deed ik ook niet, expres niet. Dan zei ik van: He, kom op, ben je nog niet klaar, we gaan weg. En dan krabbelde hij helemaal op en zei: Waar gaan we dan heen. Ik zei: We gaan de hort op met zijn tweetjes, kom op. Klaar, dan was hij helemaal blij, dan gingen we de stad in, dan gingen we koffie drinken ergens. Volgens mij was dat een goede methode. Je moet iemand niet de put in praten, dat moet je niet doen. Tenminste daar ga ik van uit hoor, iemand steeds beklagen. Dat lijkt mij helemaal niet verstandig. Want dan gaan mensen zich steeds beroerder voelen, tenminste dat idee heb ik dan hoor. Je moet dat een beetje anders aanpakken, een beetje lichter, een beetje vrolijker. Dan maak je er nog wat van. Je kan best denken van: Wat is dit erg en zo. Maar je hoeft dat niet allemaal naar voren te laten komen. Nee hou het een beetje vrolijker. Dan heb je tenminste nog wat aan die laatste jaren. Zo hebben wij het ook gedaan hoor. Dan kun je wel zeggen: Van ja soms, dan doe je net of er niks aan de hand is. Nee, maar je moet het ook niet te erg maken, hè. Je moet eigenlijk, het moet een feest zijn dat je bij elkaar op bezoek komt. En zo deden wij dat ook, ook in dat verpleeghuis. Ja hoor, dat ik zei van: Nou kom op, we moeten weg. De winkels zijn al lang open. Nou dan hadden we het leuk en dan gingen we hele wandelingen maken met de rolstoel. En dan gingen we bijvoorbeeld door een nieuwbouwwijk en dan zei ik tegen mijn man: Zullen we nou eens doen om beurt, wie het mooiste huis heeft. O, dan zei mijn man: Die, dat vind ik mooi. En dan vond hij die weer mooi en zo hadden we de grootste lol.