Terug

Leo heeft moeite met het onbegrip van zijn vrienden

Tabs

Datum interview: 
donderdag, 29 september, 2011

Transcript

Waar ik en wij, ja nee ik zelf, het meeste tegen aan ben gelopen, dat is het onbegrip bij je vrienden. Ik heb een vrij hechte dacht ik, dacht, vriendenclub van ongeveer veertig/vijfenveertig jaar. Een groep van vrienden waar wij dus ieder jaar mee, met Pinksteren gingen kamperen. En probeerde iedereen zijn tent uit. Op het laatst was het zo dat iedereen zijn camper [lacht] ging proberen dus waren er geen tenten meer. Maar het is nog steeds hoor. En dan ieder jaar was het weer twee, drie dagen proefkampje en dus dat. Nou dat hebben we dus al, die mensen die hebben het dus allemaal als kennisgeving. Dus er zit onder andere een psychiater bij, die heeft nooit begrepen dat mijn vrouw Alzheimer had. Heeft het ook nooit willen geloven. En tot op de dag van vandaag niet.

Wat bedoelt u dan met 'nooit begrepen'?

Omdat ik, wij woonden dus in Frankrijk. Hij heeft toen een stuk grond van mij gekocht. Hij heeft daar een huis op gebouwd. En, wij woonden dus naast elkaar. En dan kwam je daar wel eens en sprak je erover. Dat was helemaal nieuw. En dan zeg je op een gegeven moment ja, het was geconstateerd. En toen zei die, ja ik merk niks hoor. Maar heeft hij mij later wel verteld dat hij nog nooit een Alzheimer patiënt als cliënt had gehad. Hij zat in een andere sector. Dus dat is ja, maar ik heb het niet begrepen. Zijn vrouw, verpleegkundige van origine, heeft ooit eens tegen mijn vrouw, of tegen mij gezegd. Als zij Alzheimer heeft dan heb ik het ook. Wel dom hè? Ja, vond ik ook. [lacht] Maar goed, nou, dat is tot op de dag van vandaag. En nu wij dus, we zijn nu terug in Nederland hè, want als je in Frankrijk zit heb je natuurlijk niet iedere dag bezoek. En toen hebben wij, nou ik heb ze dus ontmoet, toen wij dus hier waren kwamen wonen, kwam iedereen even kijken. En ik woon nu twee jaar hier, en niemand meer gezien. Nee, dat vind ik heel, heel, heel eng. Heel, dat komt altijd weer terug bij mij ja. Ja dat is zo. En wij zijn vijfenveertig jaar bevriend met elkaar geweest hoor.

En heeft u het er wel eens over gehad of?

Jazeker, maar het is in het algemeen en dat is natuurlijk als buitenstaander, je moet je dat voorstellen, als je hier nu zou binnenkomen. Dan, mijn vrouw die staat op, heel charmant, ziet er perfect uit. Nou ja, dus het is perfecte kleding, ze is helemaal goed opgemaakt. En ze benaderd je en ze weet haar nummer op een fantastische manier te verkopen. Heel charmant en leuk. Je krijgt geen thee hoor. Je krijgt helemaal niks. En had ze dan uiteindelijk, als ik dan een seintje geef van: wat denk je, zullen we een kopje thee? Oh ja, ja. Dat is het meteen. Hè, dat hoef ik niet te doen allemaal. Maar dat moet je niet, weet je niet of je thee of koffie krijgt en dat is dus, nee. Drink je wijn, dan krijg je wel rode wijn of geen rode wijn of wel witte wijn, nou, al die dingen lopen gewoon door elkaar heen. Maar de vrienden die maken haar alleen maar mee als ze dus hier komen en dan popt, pept ze zichzelf op. En verkoopt haar nummer alsof er niks aan de hand is. Ah er is zo weinig. Die [arts] heeft mij ooit verteld: ze heeft, het grote fijne wat ze heeft is , ze heeft geen ziektebesef. Ze heeft dus totaal niet in de gaten dat ze wat ziek, dat ze wat heeft. Ze weet wel dat het hier, dat zegt ze dan wel: ja, hier zit het niet helemaal goed bij mij. Maar ja, eigenlijk heb ik niks. Nou, en dat komt nog steeds terug. Maar omdat je geen ziektebesef hebt lijd je er ook niet onder. Althans, zij niet. [-] En ja, dat is, dat is natuurlijk fantastisch. Nou, en zo ervaren die vrienden het ook [-]