Terug

Chris krijgt weinig steun van zijn kinderen

Tabs

Datum interview: 
donderdag, 27 september, 2012

Transcript

Ik weet het ook niet wat ik daarmee aan moet, met de kinderen zelf. En dan zeg je wel eens, waarom doe je dat niet? Ja, ja, och, ja. Dat krijg je dan als antwoord. Nooit echt een concreet antwoord van [-]. Zoals onze ene dochter, die werkt niet en die zal ook uit zichzelf nooit eens een keer komen. Vroeger was het zo, elke zondag kwamen de kinderen bij ons. En kwamen ze bij ons eten en noem maar op. Ik maakte elke zondag eten voor ze, vond ik heerlijk. Maar in één keer was dat afgelopen. In één keer. En het rare was, het begon, ze, eigenlijk samen te lopen met het begin van de dementie. Terwijl dat nog eigenlijk helemaal niet gezegd was. Dus. En dan zeg ik, zouden zij het gevoeld hebben, dat mijn vrouw dementerend was? Ik weet het niet. En zelfs mijn zoon, die haalde ik altijd op, die woonde buiten de stad, die haalde ik altijd op en dan, kwam ook mee-eten. Met z'n allen, hupsakee en dan na die tijd bracht ik hem weer terug naar huis toe. Hè, en mijn andere kinderen idem dito, die kwamen hier ook met z'n allen. De kleinkinderen met z'n allen. Als de kinderen ergens heen moesten, dan pasten wij op de kleinkinderen. Dus. Ja, en zo ging dat, dat vonden wij heel normaal. Maar nou is het zo, als ik tegen de kinderen zeg, zou je even op je moeder kunnen passen? Ja, ik heb geen tijd. En dan denk ik, waarom dan niet?

Wat doet dat met u?

Dat vind ik, dat vind ik heel erg. Ja. Dat vind ik heel erg. Want waarom ga je niet even dingen voor je moeder doen? Je moeder is altijd zo gek met jullie geweest. Ze heeft alles voor jullie gedaan, totaal alles. Je kunt het niet opnoemen of ze was zo gek. Hè, als één van de kinderen iets had, dan ging ze op de fiets en ze reed naar ze toe. Ja? Onze zoon, die woonde buiten de stad. Dan ging ze op de fiets naar hem toe. Ja? Maar het is, het is helemaal niks meer. Dat doet heel veel met mij. Ja? Héél veel. En dan denk ik wel eens, dan krijgt [mijn zoon] weer [-] Ja, hoor. Maar voor mijn vrouw vind ik dat heel erg. Ja. Maar voor mijzelf, ik begin er nou een beetje over van, nou, ik vind het wel best. Je bekijkt het maar. Hè, maar dat is uitwendig. Ja? Van binnen, dan zit je jezelf op te vreten. Ja hoor. Maar je kunt er toch niks aan doen, je kunt je kinderen niet dwingen om dingen te gaan doen. Dat kan niet. En dat wil ik trouwens ook niet. En dan, en dan zeggen ze ook dingen, dan denk ik van, man, hoe kun je dat nou zeggen?

Zoals die oudste, die werd geboren, toen zegt mijn vrouw van, mag ik wel eens een keer met die kleine wandelen? Toen zei mijn zoon, ja, hoor, natuurlijk mag dat. En op een gegeven moment moest ik dan zeggen dat ze dementerend was. Toen zei 'ie, kijk, daarom mag ze niet met die kleine wandelen. Terwijl hij nog niet eens wist dat ze dementerend was. Ik ben zo kwaad op hem geworden, ik heb niks gezegd, ik heb mijn jas aangetrokken, en weggelopen. Toen belt hij mij op van, waar was je in ene keer? Denk daar maar even over na. Misschien dat je er dan achter komt, waarom dat ik weg was. Ja? We hebben het er ook nooit weer over gehad. Dus. Nooit weer. Maar het is wel gek. Vanaf het moment dat ik moest constateren dat ze dementerend was, waren de kinderen bijna nooit meer hier. Nee. Maar we hadden het er nog nooit over gehad toen. Maar het is net of ze dat aanvoelden of wat dan ook. Ik weet het niet. Nee. [-]

Maar juist als je, als je zoiets hebt, dan heb je ze nodig. Maar toe maar. Ik ga niet op mijn knieën, wil je alsjeblieft? Dat doe ik niet. Ik heb ze het wel eens gezegd, ik heb jullie nodig. Nee. Ik heb geen tijd. Kijk, die ene dochter, die werkt de hele dag. Kijk, dat die overdag niet kan komen, dat is normaal. Ja? Maar die heeft ook wel het weekend, hè? De andere dochter, die werkt nooit. Dus die kan ook best eens een keer komen, hè? Maar nee hoor. Degene, die het meest hier komt, dat is onze kleindochter, die ook op Tenerife geweest is. Ja. Die komt het meest hier. Daar heb je het allermeeste aan. Ja. En dat vind ik heerlijk. Maar de rest, dan denk je van, nou ik vind het wel best. Dus. Maar je hebt ze wel nodig. En dan kun je denken van, nou, ze bekijken het maar. Maar je hebt ze nodig. Want ook een mantelzorger heeft zorg nodig. Laten we heel eerlijk wezen.