Dana

Gegevens

Geslacht: 
Vrouw
Leeftijd: 
32 jaar
Datum interview: 
woensdag, 23 augustus, 2017

Aantal weken zwanger:               33

Aantal zwangerschappen:           1

 

 

Achtergrond:

Dana is 32 jaar en woont samen met haar man. Ze werkt fulltime als sales manager bij een internationaal bedrijf. Na een tweede ICSI (intracytoplasmatische spermatozoön injectie) poging is ze nu 33 weken zwanger.

 

Korte samenvatting:

Toen onderzoek uitwees dat de zaadcellen van de man van Dana niet krachtig genoeg waren, bleek zwanger worden door ICSI de enige mogelijkheid. Na een tweede poging is Dana nu 33 weken zwanger. Dana had veel zwangerschapsklachten verwacht, maar heeft vrijwel nergens last van gehad. Ze ervaart het zwanger worden en haar zwangerschap vooral als iets heel moois en bijzonders.


Uitgebreide samenvatting

Na 7 maanden te hebben geprobeerd om zwanger te worden, was Dana nog steeds niet zwanger. Dit verbaasde haar, omdat ze aan de hand van ovulatiestrips nauwkeurig bijhield wanneer haar ovulatie was en ze daar rekening mee hield. Ze ging naar de huisarts. Die verwees haar en haar man naar het ziekenhuis. Daar bleek uit onderzoek dat de zaadcellen van Dana’s man niet krachtig genoeg waren om een eicel te bevruchten. Toen Dana en haar man dat hoorden, waren ze aangedaan. De artsen stelden ICSI (intracytoplasmatische spermatozoön injectie) voor. Hierbij wordt een zaadcel geïnjecteerd in het eicelplasma en wordt het bevruchte embryo teruggeplaatst in de baarmoeder. Dana en haar man hadden nog niet eerder gehoord van ICSI en besloten zich te gaan inlezen. Ze kozen ervoor het traject in te gaan. Bij de tweede poging werd Dana zwanger. Omdat ze het niet kon geloven heeft ze meerdere zwangerschapstesten gedaan. Aan de ene kant om zeker te weten dat ze zwanger was, maar aan de andere kant ook om zeker te weten dat ze het kindje niet ongemerkt had verloren tijdens een eventuele miskraam. Op dit moment is Dana 33 weken zwanger.

Tot nu toe is de zwangerschap van Dana goed verlopen. Ze had verwacht last te krijgen van misselijkheid en andere zwangerschapsgerelateerde klachten, maar die zijn tot nu toe uitgebleven. Wel heeft ze last van ijzertekort.

Tot week 31 van de zwangerschap heeft Dana fulltime gewerkt. Ze heeft veel steun gekregen van haar baas en collega’s, zowel tijdens het ICSI-traject als tijdens de zwangerschap. Zo namen collega’s bijvoorbeeld buitenlandse reizen over die zij niet meer kon maken.

Toen bleek dat Dana zwanger was, kreeg ze de keuze om onder controle van een verloskundige te komen of bij het ziekenhuis te blijven voor controles. Ze koos voor een verloskundige, omdat ze daarvan een persoonlijkere benadering verwachtte. Achteraf heeft ze daar spijt van, omdat ze het gevoel heeft dat de verloskundige niet altijd voldoende op de hoogte is over haar voortraject en over ICSI in het algemeen.

Dana ziet niet op tegen de bevalling. Ze is zich ervan bewust dat elke bevalling anders is en dat het sowieso pijn zal gaan doen. Voor de pijnlijke puncties volgde ze al eerder een cursus ademhalingstechnieken. Ze verwacht dat dat haar ook zal helpen om tijdens de bevalling goed te blijven ademen. Ook Dana’s man weet nu van Dana hoe ze op de pijnlijke puncties reageerde. Dana heeft ervaren dat hij haar heel goed kan ondersteunen tijdens die pijn, en vertrouwt erop dat dat ook zal helpen bij de bevalling.

Dana adviseert andere vrouwen om op tijd naar de huisarts te gaan wanneer het niet lukt om zwanger te worden. Aan vrouwen die zwanger zijn adviseert Dana om dicht bij jezelf te blijven, de zwangerschap op je eigen manier te beleven en je niet gek te laten maken door verhalen van anderen, bijvoorbeeld op het gebied van wat je moet eten tijdens de zwangerschap. Dana adviseert ziekenhuizen om te zorgen dat bij een slecht-nieuws gesprek over onvruchtbaarheid altijd een specialist aanwezig is, naast bijvoorbeeld studenten, die voldoende tijd neemt om te zorgen dat alles duidelijk is voor de vrouw en haar partner, om hen te helpen bij het verwerken van het slechte nieuws. Daarnaast zou ze graag gezien hebben dat haar verloskundige meer kennis zou hebben gehad over vruchtbaarheidsbehandelingen. Ze vindt het ook belangrijk dat verloskundigen op de hoogte zijn van de vruchtbaarheidsbehandelingen die een vrouw achter de rug heeft. Hiervoor raadt Dana gynaecologen en verloskundigen aan onderling beter te communiceren over de medische geschiedenis van een patiënt. Tot slot zou Dana graag willen dat er tijdens de zwangerschap meer informatie beschikbaar is over mogelijkheden voor flesvoeding; dat heeft ze zelf gemist.