Anne (A)

Gegevens

Geslacht: 
Vrouw
Leeftijd: 
26 jaar
Datum interview: 
woensdag, 12 juli, 2017

Tijd na bevalling:                 8 maanden

Aantal zwangerschappen:   1

Aantal kinderen:                  1

 

Achtergrond:

Anne is 26 jaar, alleenstaand en heeft een zoontje van 8 maanden. Toen ze 33 weken zwanger was, werd ontdekt dat haar kindje het syndroom van Down heeft.

 

Korte samenvatting:

Anne raakte ongepland zwanger en wilde in eerste instantie het kindje niet houden. Na de acht weken echo besloot ze de zwangerschap toch niet af te breken. Bij 20 weken werd een groeiachterstand ontdekt bij haar kindje. Bij 26 weken kreeg Anne weeën en is ze opgenomen in het ziekenhuis. Tot 33 weken was ze afwisselend thuis en in het ziekenhuis. Men vermoedde een afwijking bij het kindje. Uit een vruchtwaterpunctie in week 33 bleek dat haar kindje het syndroom van Down heeft. Met 36 weken is Anne ingeleid en bevallen in het ziekenhuis. Haar zoontje is nu 8 maanden oud.


Uitgebreide samenvatting

Anne raakte ongepland zwanger. Op dat moment had ze geen stabiele relatie en geen eigen huis; ze voelde zich dan ook nog niet klaar voor de komst van een kindje. Ze besprak met haar huisarts de mogelijkheid voor een abortus. Die verwees haar door voor een echo bij acht weken. Op het moment dat Anne het hartje van haar kindje zag kloppen, besloot ze het kindje te houden.

De eerste 20 weken had Anne weinig last van lichamelijke klachten. Wel had ze tussen week 24 en 26 bandenpijn, voornamelijk in haar liezen. Daarvoor heeft ze toen een buikband gebruikt om haar buik te ondersteunen. Rond 24 weken begon haar zwangere buik ook wat zichtbaarder te worden. Dat vond Anne soms best moeilijk, omdat mensen misschien zouden denken dat ze aangekomen was en niet zouden zien dat ze zwanger was.

Bij 20 weken werd een groeiachterstand ontdekt bij het kindje van Anne. Vanaf die tijd kwam ze onder controle van de gynaecoloog. Men vermoedde daarnaast een hartafwijking en een slokdarmafwijking. Bij 26 weken kreeg Anne weeën. Daarvoor werd ze naar het ziekenhuis gebracht waar ze weeënremmers en longrijpingsprikken kreeg. Vanaf dat moment heeft Anne regelmatig in het ziekenhuis gelegen, voornamelijk om voldoende rust te houden. De gynaecoloog besloot uiteindelijk om bij 33 weken een vruchtwaterpunctie te doen. Daaruit bleek dat het kindje van Anne het syndroom van Down had. Dit was eerder bij twee nekplooimetingen niet naar voren gekomen. Anne kreeg de keuze of ze het kindje wilde houden of niet, maar ze was vastbesloten om het kindje ter wereld te brengen.

Met 37 weken werd Anne ingeleid door middel van een balloninleiding. De weeën kwamen snel op gang. Anne werd door de artsen voorbereid op een keizersnede, maar heeft zelf haar kindje kunnen baren. Ook was ze door hen voorbereid op het feit dat haar kindje geopereerd zou moeten worden voor een vermoedelijke afwijking aan de slokdarm. Dat bleek uiteindelijk niet nodig te zijn. Alle controles waren goed en Annes kindje was, ondanks het syndroom van Down, gezond. Na drie dagen mochten ze naar huis.

Anne heeft de goede hulp van de kraamzorg erg gewaardeerd. Ze kreeg veel bezoek, omdat ze haar kindje wilde laten zien en niet alleen wilde zijn. Haar kraamverzorgende heeft haar op het hart gedrukt meer rust te nemen. Achteraf ziet Anne in dat ze te weinig rust heeft genomen in die periode. Na de kraamweek krijgt ze veel steun van haar moeder en zus die regelmatig de zorg voor haar zoontje overnemen.

Annes zwangerschap was ongepland. Bovendien verliep de zwangerschap anders dan ze had verwacht, door de vele ziekenhuisopnames en de onzekerheid over de gezondheid van haar kindje. Ze heeft hierdoor geleerd de dingen op zich af te laten komen en per dag te leven. Ze geniet nu van haar rol als moeder en probeert in het moment te leven.

Anne adviseert andere vrouwen om naar je lichaam te luisteren, te genieten van de zwangerschap, je eigen keuzes te volgen en dingen waar je tegenaan loopt te bespreken met je familie, vrienden of verloskundige. Ook adviseert ze vrouwen om hun zwangerschap bekend te maken op een moment dat het voor hen goed voelt, dus niet per se pas na twaalf weken. Zorgverleners adviseert ze om de zwangere serieus te nemen. Ook vindt ze het belangrijk dat er één of twee vaste gynaecologen zijn voor een vrouw in plaats van een wisselend team van artsen.